Topographie des Terrors

Algemene gegevens

Topography of Terror Foundation

Administrative Offices
Stresemannstrasse 111
10963 Berlin
Tel. 030/25 45 09-0
Fax 030/25 45 09-99

Openluchtmuseum
Niederkirchnerstraße 8
10963 Berlin
Tel. +49 (0)30 254509-50
Fax +49 (0)30 254509-55

Openingsuren
Oktober - April: dagelijks van 10u tot 18u (of tot het donker wordt)
Mei - September: dagelijks van 10u tot 20u

De entree is gratis.

Algemene informatie

De ‘Topografie van de Terreur’ (Duits ‘Topographie des Terrors’) is een openluchtmuseum (expositie) in Berlijn. Op deze plaats kunnen bezoekers allerhande materiaal bezichtigen in verband met de wandaden, gruwelpraktijken en de repressie onder het Naziregime. Het materiaal in kwestie (foto’s, informatieborden, …) zijn geplaatst rondom een uitgegraven keldergang die vroeger deel uitmaakte van één van de gebouwen van de Nationaalsocialistische staatsveiligheid.

De site van ‘Topographie des Terrors’, die gelegen is tussen de Prinz-Albrecht-Strasse (nu Niederkirchnerstrasse), de Wilhelmstrasse en de Anhalter Strasse, huisde (niet ver van het traditionele bestuursdistrict) vroeger de belangrijkste repressieorganen van tijdens het Nazi-regime: Het hoofdkwartier van de Gestapo (geheime politie), het hoofdkwartier van de SS (de veiligheidsdienst) en de verblijfplaatsen van de leiders van de SS. Het hoofdkwartier van de Gestapo (samen met hun kerkers) was gelegen aan de Prinz-Albrecht-Strasse 8. De SS-kopstukken verbleven in het daarnaast gelegen ‘Hotel Prinz Albrecht’. Het hoofdkwartier van de SS was gelegen aan de Wilhelmstrasse 102.

Door dat deze instellingen allemaal geconcentreerd waren op één locatie, werd de zone rond de huidige Niederkirchnerstrasse effectief het bestuurlijke district van de Nationaalsocialistische politiestaat. Dit was de locatie waar Himmler, Heydrich en hun assistenten hun bureaus hadden. Dit was de locatie waar bepaalde belangrijke beslissingen in zake de ‘Germanisatie’ van de bezette gebieden in Polen en de Sovjet-Unie werden genomen. Dit was de locatie waar enkele mensen besloten tot de vervolging van politieke tegenstanders, de moord op krijgsgevangenen en de genocide op de Europese joden. Dit was de locatie waar de beruchte Einsatsgruppen (= speciale politie-eenheden) werden samengeroepen en waar de Wannsee-conferentie werd voorbereid. Er is in de wereld waarschijnlijk geen enkele andere plaats waar terreur in moord op zo grote schaal gepland werden.

De gebouwen die de respectievelijke hoofdkwartieren behuisden werden grotendeels vernietigd tijdens Geallieerde bombardementen op Berlijn in het voorjaar van 1945. De ruïnes van deze gebouwen werden na de oorlog (midden jaren ’50) verder afgebroken.

Door de verdeling van de stad in Oost en West kwam het terrein (dat sinds begin jaren ’60 volledig puinvrij was) net in West-Berlijn te liggen, vlak bij de grens met Oost-Duitsland (en naast de Berlijnse Muur). Omdat de grens tussen de Amerikaanse en de Russische bezettingszone in Berlijn langs de Prinz-Albrecht-Strasse liep, werd deze straat snel een versterkt gebied. Tussen 1961 en 1989 liep de Berlijnse Muur langs de zuidelijke zijde van de straat, die hernoemd werd naar de Niederkirchnerstrasse. In tegenstelling tot de rest van de straat werd de muur werd nooit verwijderd van de site ‘Topographie des Terrors’. Tot op heden is het stuk Berlijnse Muur daar nog steeds te bezichtigen. Het stuk muur in kwestie is trouwens het tweede langste nog bewaarde stuk muur in Berlijn. (Het langste stuk Berlijnse Muur dat nu nog intact is, is te bezichtigen langs galerij in Friedrichshain.)

De site van ‘Topographie des Terrors’ werd pas “herontdekt” vanaf het einde van de jaren ’70. De kelders van het Gestapohoofdkwartier, waar veel politieke gevangenen werden gemarteld en vermoord, werden toen gevonden en opgegraven. Voor de viering van Berlijn’s 750ste verjaardag in 1987 werd het terrein tijdelijk gereorganiseerd en ingericht als een tentoonstelling waarbij het publiek meer te weten kon komen over hetgeen tijdens het Nazi-regime plaatsvond op het terrein.

Als resultaat van het immense (en blijvende) succes van de tentoonstelling, werd deze op het einde van het jaar verlengd voor onbepaalde duur. Hierbij werd de site ook omgevormd tot een gedenkteken en een museum. In de open lucht, maar toch beschermd door een afdak, vertelt het museum de mensen nu nog steeds over de repressie tijdens het Naziregime.

In 1989 stelde de senaat een commissie van experts aan om suggesties te doen voor het ontwerp en het gebruik van de site. In 1990 diende deze commissie een rapport in dat verder zou dienen als de basis voor alle politieke beslissingen met betrekking tot de site van ‘Topographie des Terrors’. In dit rapport kaartte deze speciale commissie het belang aan van samenwerking met andere organisaties die zich met gelijkaardige activiteiten bezighielden. Het resultaat hiervan was / is het grote aantal tentoonstellingen in Duitsland en in andere landen. (Zie verder.)

In 1992, twee jaar na de Duitse hereniging, werd een stichting opgericht om zorg te dragen voor de site. In het daaropvolgende jaar hield de eerdergenoemde stichting een webstrijd voor architecten, waarbij de winnaar de plannen mocht ontwerpen voor een permanent museum. Men koos uiteindelijk voor een ontwerp van architect Peter Zumthor. Deze ontwierp het documentatiecentrum dat momenteel op het terrein wordt gebouwd. Tot het klaar is (verschillende problemen met fondsen vertraagden de bouw met ongeveer tien jaar), vindt de tentoonstelling in de openlucht plaats.

De missie van de stichting rond de ‘Topografie van de Terreur’ is om historische informatie omtrent het Nationaalsocialisme en de bijhorende misdaden te verstrekken, alsook om actieve confrontatie met deze zwarte bladzijde uit de Duitse geschiedenis (en de impact ervan op het heden) weer te geven. Verder heeft de stichting ook nog de functie van adviesgevend orgaan jegens de stad Berlijn met betrekking tot de bovengenoemde feiten.

De stichting organiseerde reeds goed gedocumenteerde tentoonstellingen over de geschiedenis van het Nationaalsocialisme op verschillende locaties binnen Duitsland, alsook in het buitenland: Berlijn, Bonn, Brandenburg, Buchenwald, Dortmund, Hamburg en Sachsenhausen; net als Chicago, Milaan, Genua, Tel Aviv, Moscow, St. Petersburg, Volgograd en andere Russische steden. De stichting werkte hiervoor samen met verschillende internationale instellingen, zoals het joodse ‘Yad Vashem Memorial and Research Centre’ in Jeruzalem en het ‘Holocaust Memorial Museum’ in Washington.

Door middel van tekst, fotografie en geluidsopnamen wordt een beeld geschetst van hoe de nazi’s te werk gingen. Deze informatiebronnen staan opgesteld langs twee wanden, één die bovenlangs loopt en één die is opgesteld in een uitgegraven keldergang (die bij het gebouw van de Reichssicherheit hoorde).

Op de wand die bovenlangs loopt, wordt de ontwikkeling van de macht van de nazi’s en het ontstaan van de Staatsveiligheidsdienst beschreven. De wanden in de keldergang verhalen van de gruweldaden die in de tweede wereldoorlog in de verschillende bezette landen werden gepleegd.

Boven langs de keldergang staat een van de laatst overgebleven stukken originele Berlijnse muur. ‘Topographie des Terrors’ ligt in de wijk Kreuzberg aan de westkant. De Niederkirchnerstrasse die er langs loopt, ligt aan de oostkant in de wijk Mitte. Het kolossale gebouw aan de overkant is een van de laatst overgebleven gebouwen uit de Nazi-tijd in deze buurt. Tot 1945 was daar het ministerie van luchtvaart gevestigd. Nu zetelt er het Duitse ministerie van financiën. Het gebouw is een treffend voorbeeld van de onmenselijke schaal die de nazi-architectuur kenmerkt.

Bezoekers van de tentoonstelling kunnen de staf op alle momenten aanspreken over allerhande vragen betreffende onderzoek met betrekking tot hetgeen tentoongesteld wordt in het museum. Hierbij krijgen de bezoekers dan ook uitleg over het gebruik van bepaalde documenten, fragmenten en allerhande vragen over de Nationaalsocialistische veiligheidsdiensten.


Een beetje geschiedenis

Één van de eerste richtpunten van het Naziregime was het oprichten van een sterke politieke politie. Op 26 april 1933 gaf eerste minister Hermann Göring het startschot voor het oprichten van een geheime staatspolitie (Gestapo). Deze politiedienst werd afgescheiden van de echte politiemacht en werd opgericht als een onafhankelijke organisatie. Daarnaast werd de Gestapo weggehaald uit de bevoegdheden van het ministerie van binnenlandse zaken en werd ervoor gezorgd dat de Gestapo zich enkel moest verantwoorden bij de eerste minister.

Vanaf mei 1933 was het Gestapo-hoofdkwartier gesitueerd aan Prinz-Albrecht-Strasse 8. Alle andere kantoren en agenten van de Gestapo werden van hieruit gestuurd.

Na stapsgewijs de leiding genomen te hebben van alle politieke politiemachten, werd Heinrich Himmler in april 1934 de facto hoofd van de Gestapo. Hij stelde Reinhard Heydrich aan als hoofd van het Berlijnse onderdeel van deze organisatie. In 1936 werd Himmler aangesteld als hoofd van alle Duitse politiediensten. Niet lang daarna herorganiseerde hij heel de politiemacht.

(In 1933 werkten tussen de tweehonderd en de driehonderd mensen voor de Gestapo. Tegen 1942 stelde deze organisatie meer dan duizend honderd mensen te werk. Bijna vijfhonderd hiervan werkten op het terrein aan de Prinz-Albrecht-Strasse.)

De belangrijkste taken van de Reichsführer-SS (Heinrich Himmler), de SS zelf en de Gestapo waren:

-  Het vervolgen en elimineren van alle politieke elementen die de Nazi’s als tegenstanders zagen.

-  Het creëren van een “raciaal puur” Duitsland, in het bijzonder door het vervolgen en elimineren van de joden.

-  Het (met geweld) verkrijgen van meer Lebensraum (“leefruimte”) en het vastleggen van een nieuwe Europese orde op basis van ras.

Om dit alles te helpen bereiken creëerde Himmler een systeem van concentratiekampen, dewelke gebruikt werden om alle vijanden van de staat te isoleren en te elimineren. Naast politieke tegenstanders, zaten er ook een groot aantal minderheden en sociale randgevallen in de kampen. Zij werden ook als “vijanden” gezien.

In de zomer van 1933 werd er een gevangenis opgericht aan de Prinz-Albrecht-Strasse, in de kelder van het hoofdkwartier van de Gestapo. Deze “huisgevangenis” met negenendertig cellen diende om mensen wiens ondervragen de Gestapo ten zeerste aanbelangde vast te houden. Voor de meeste gevangen was deze “huisgevangenis” een tussenstop op de weg naar andere gevangenissen en concentratiekampen.

De “huisgevangenis” van de Gestapo was bijzonder berucht omwille van de brutale martelmethodes die er werden toegepast om informatie los te krijgen uit gevangen. De gevangenen in kwestie waren hoofdzakelijk communisten, sociaaldemocraten, leden van socialistische groeperingen en anderen die weigerden zich te laten onderdrukken door het regime.

In 1939 richtte Himmler het hoofdkantoor van de Reichssicherheit op. Hiermee bracht hij verschillende veiligheidsdiensten (Gestapo, Criminele Onderzoeksdivisie en de veiligheidsdienst van de NSDAP) samen in één organisatie. Hij stelde Reinhard Heydrich aan als hoofd hiervan.

Deze herstructurering betekende noch het ontbinden van de oudere instellingen, noch een concentratie van deze eerdergenoemde instellingen in één gebied. De kantoren van de Reichssicherheit (dewelke in 1942 in Berlijn werk boden aan meer dan 3400 mensen) waren verspreid over heel de stad.

Met de Reichssicherheit creëerden Himmler en Heydrich een Nationaalsocialistisch centrum van waaruit alle vervolgings- en uitroeiingsacties gecoördineerd werden.

Wat begon als een systeem om de macht binnen Duitsland te verzekeren, was in 1939 uitgegroeid tot een systeem dat alle (effectieve of vermoedelijke) politieke tegenstanders van Duitsland te vervolgen en te elimineren doorheen heel Europa. De SS participeerde aan verschillende oorlogscampagnes en speelde een beslissende rol in de planning en de uitvoering van het idee van raciaal-politieke repressie en uitroeiing. Speciale vernietigingskampen werden opgericht om “de grote raciaal-politieke vijand” (de joden in Europa) te vermoorden.